Onze tuinen mogen best wat rommeliger

Wat een interessante wereld in het klein: de wereld van de bloemetjes en bijtjes. Nee, dit is geen biologieles, maar het resultaat van ons interview met een bevlogen imker uit Lemelerveld: Jenny Visscher -Trof.

Waarom ben je eigenlijk imker geworden?

En hoe word je eigenlijk imker?  Het klinkt niet als iets dat je zo ineens bent na het lezen van een boek.

Eigenlijk door onze tuinman, zelf imker, die ineens vroeg of het houden van bijen niet iets voor mij was vanwege mijn liefde voor natuur en dieren. Mijn eerste reactie was: “Ze stéken! En ik heb ooit een allergische reactie gehad op een wespensteek.”
Toch was kennelijk op dat moment een zaadje geplant, want wat later begon ik me meer en meer te verdiepen in de wisselwerking tussen mens, dier en natuur. Daarbij kwam ik (natuurlijk) steeds tegen dat wij als mens een destructieve invloed hebben op de natuur. We nemen steeds meer ruimte in beslag ten koste van de natuur. Maar we kunnen niet zonder. Zeker niet zonder bijen en andere insecten, die een enorm belangrijke rol in de bestuiving spelen!
Na wat boeken hierover gelezen te hebben, heb ik me opgegeven voor een cursus. Pittig op je bijna zestigste naast je werk, maar enorm leerzaam èn waardevol.

Kan je ons het verschil tussen bijen en wespen uitleggen?

Bijen en hommels (de knuffelberen onder de bijen) zullen niet zomaar steken, domweg omdat ze de mens niet opzoeken, ook niet als er weinig voedsel voor ze is. Ze hebben niets aan ons eten of aan onszelf. Ze zullen alleen steken als ze zelf in de knel komen of hun ‘huis’, en daarmee hun koningin, bedreigd wordt.

bij
de bij
hommel
de hommel
wesp
de wesp

Wespen zoeken wel de mens op wanneer er weinig of geen voedsel meer voor hen is. Daarbij zijn het ook, in tegenstelling tot de bijen, vleeseters en agressiever. Vandaar dat ze rond augustus zeer hinderlijk kunnen worden en inderdaad sneller steken. Je kunt ze herkennen aan hun gele kleur; een echte, slanke taille en ze hebben bijna allemaal gele poten. De kleur geel staat voor gevaar; er zijn ook andere insecten die de kleur geel dragen: niet omdat ze gevaarlijk zijn, maar om ervoor te zorgen dat andere dieren dènken dat ze gevaarlijk zijn.

Ben je nog steeds bang dat je gestoken wordt? 

In het begin was ik daar dus inderdaad wel bang voor, maar inmiddels heb ik ervaren dat bijen niet zonder reden steken. Ik ben nu zo’n vijf keer gestoken en alle keren was het mijn eigen schuld: een bijtje op mijn arm, die ik niet gezien had. Even snel, wel met imkerpak maar met blote voeten in slippers……, in de kast kijken of er voldoende voer is. Dat soort dingen. Ik heb wel altijd cetirizine (een anti-allergiemedicijn) in huis en een zogenaamde epi-pen voorhanden. Niet alleen voor mijn man en mijzelf, maar ook voor eventuele bezoekers, want ja, een allergische reactie ìs mogelijk.

In welke periode wordt honing geslingerd en waarom heet het zo?

Honing kun je in principe het hele seizoen slingeren. De honingramen worden handmatig of elektrisch heel snel rondgedraaid in een soort grote ketel, waardoor de honing eruit slingert.
Mijn doel is de bijen te laten overwinteren op hun eigen honing, dat betekent dat ik ergens in mei/juni slinger áls er voldoende is. Ik heb dus eigenlijk alleen maar voorjaarshoning, waar veel acacia in zit. We hebben meerdere acaciabomen en wanneer die bloeien zit het stampvol met bijen. Je hoort ze dan zoemen alsof er een enorme airconditioner aanstaat. Een prachtig geluid!

De rest van de nectar/honing die de bijen verzamelen, laat ik aan de bijen. Aan het eind van het seizoen en dat is al in september zo’n beetje, dan maken de bijen zich op voor de winter, controleer ik of er voldoende honing voor de bijen in de kasten zit. Zo niet, dan kan ik bijvoeren met suikerwater of, later in het winterseizoen, met suikerdeeg. Tot nu toe hebben mijn bijen op hun eigen voer kunnen overwinteren.

Wat is je droom als het om de bijen gaat en wat is daarvoor nodig?

bij

Het is heel belangrijk dat wij als mens ons realiseren dat we dan wel bovenaan de evolutionaire ladder staan, maar dat we daarmee gelijk een enorme verantwoordelijkheid op onze schouders hebben. Zo’n 80% van de land- en tuinbouwgewassen (ons eten!) wereldwijd, is in meer of mindere mate afhankelijk van bestuivers als de wilde bij, de honingbij, hommels en andere insecten.

En ja, ik weet dat er al een robotbij is ontwikkeld voor bestuiving, maar willen we dat? Willen we voor ons nageslacht een wereld van (misschien uiteindelijk alleen maar) robots?
En wat met de honing? De bijen voegen aan de binnengehaalde nectar meerdere enzymen toe. Kunnen we dat ècht namaken? Krijg je dan de eerlijke en gezonde honing, die je bij de imker kunt kopen?

Ik denk dat het belangrijk is onze kinderen te vertellen hoe mooi de natuur in elkaar zit.
De Bijenbeweging Overijssel heeft bijvoorbeeld zo’n 30 docenten ten behoeve van basisscholen opgeleid; de helft daarvan is imker. Zij vertellen graag over de honingbij, maar zeker ook over de wilde bijen en hun belangrijke rol in de bestuiving van bloemen, fruit enz.

En wat kunnen we in onze dorpen doen?

Nou, dat is helemaal niet zo ingewikkeld. We kunnen niet allemaal imker worden, maar we kunnen wel voor voedsel zorgen.

‘Red niet de (honing)bij, maar haar leefgebied!’

Belangrijk voor o.a. wilde bijen en honingbijen is een grote variatie aan verschillende, liefst inheemse planten, en daarmee verschillende soorten stuifmeel. Het is ook belangrijk dat de bijen het hele seizoen voldoende stuifmeel en nectar kunnen halen. Geschikte bomen zijn de wilg en de linde; als struiken zou je mahonie en de brem neer kunnen zetten. En denk ook aan vroege bolgewassen als sneeuwklokjes, krokussen enz. Ook bloeiende kruiden als tijm, rozemarijn, dille, bieslook en saliekruid zijn geschikt. En in het najaar mag eigenlijk de bloeiende klimop niet ontbreken. Op internet is voldoende te vinden over bij-vriendelijke planten.

Ook langs bermen en landbouwgronden kan er nog veel meer gezaaid worden aan bij-vriendelijke bloemen. Daarmee zorg je er tevens voor dat er als het ware een lint ontstaat (het zogenaamde bijenlint) waardoor insecten makkelijker, met de zo nodige tussenstops, naar andere gebieden kunnen vliegen om voedsel te halen.

Je kunt ook zorgen voor overnachtings- en nestgelegenheid: een rommelig hoekje met takken en blad of een insectenhotel. Meerdere voorbeelden van wat je kunt doen voor de bijen, zijn te vinden op internet. Kijk maar eens op: bijenbeweging of op  de website van de Sallandse Bijenvereniging St. Imelda.

Ken je andere imkers in de gemeente Dalfsen die honing verkopen?

Jazeker! Maar omdat ik de cursus bij de Sallandse Bijenvereniging St. Imelda in Raalte heb gevolgd en daar inmiddels ook secretaris van ben, ben ik voor wat betreft imkeren meer op Raalte dan op Dalfsen gericht.

Heb je nog een aanvulling, oproep?

De boodschap lijkt me duidelijk: je tuin vullen met diverse bij-vriendelijke bloemen en planten. Bedenk daarbij dat niet alleen vogels, maar ook veel insecten de eikenprocessierupsen, en -eitjes eten of vangen voor hun kindjes/larven. Je tuin mag dus best wat rommelig zijn!

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via Whatsapp